samengestelde zin

Klik op "Nakijken" om je antwoorden te laten controleren.
Als een antwoord goed is, wordt het vet afgedrukt.
Noem in de volgende zinnen het eerste en laatste woord van elke bijzin, in de volgorde waarin de zinnen voorkomen.
Ook moet je van elke bijzin de functie (o, lv, mv, bwb, bvb) aangeven en van welke graad (1, 2, 3) hij is.
Vul ook het voorlopig zinsdeel en de functie (o, ng, lv, mv, bwb) ervan in.
Als er een beknopte bijzin is, vul dan het eerste woord daarvan in achter BEKNOPT.
Als iets niet van toepassing is, vul je xxx in.

1. Ik ben ermee in mijn schik dat het gelukt is.
eerste bijzin
eerste woord laatste woord
graad functie
voorlopig zinsdeel functie
beknopt

2. Kun je nog zingen, zing dan mee.
eerste bijzin
eerste woord laatste woord
graad functie
voorlopig zinsdeel functie
beknopt

3. Ik weet niet of hij in staat is dat drie uur lang vol te houden.
eerste bijzin
eerste woord laatste woord
graad functie
tweede bijzin
eerste woord laatste woord
graad functie
voorlopig zinsdeel functie
beknopt

4. Met onwillige honden is het moeilijk hazen te vangen.
eerste bijzin
eerste woord laatste woord
graad functie
voorlopig zinsdeel functie
beknopt

5. Dat een en een twee is, weet iedereen, maar aan wie de uitvinding van de stoommachine moet worden toegeschreven is, zo het al niet onbekend is, in elk geval minder bekend.
eerste bijzin
eerste woord laatste woord
graad functie
tweede bijzin
eerste woord laatste woord
graad functie
derde bijzin
eerste woord laatste woord
graad functie
voorlopig zinsdeel functie
beknopt

6. Je moet slapende honden niet wakker maken en huilende meisjes troosten.
eerste bijzin
eerste woord laatste woord
graad functie
voorlopig zinsdeel functie
beknopt

7. Hij verkeerde in de mening dat het ons plan was morgen te vertrekken.
eerste bijzin
eerste woord laatste woord
graad functie
tweede bijzin
eerste woord laatste woord
graad functie
voorlopig zinsdeel functie
beknopt

8. Laat ons juichen en vrolijk zijn, nu we weten, dat zij het niet in hun hoofd zullen halen met ons mee te gaan.
eerste bijzin
eerste woord laatste woord
graad functie
tweede bijzin
eerste woord laatste woord
graad functie
derde bijzin
eerste woord laatste woord
graad functie
voorlopig zinsdeel functie
beknopt

9. De opmerking: "Het is vandaag de laatste les voor de vakantie" wordt in de laatste week voor de vakantie te veel gemaakt.
eerste bijzin
eerste woord laatste woord
graad functie
voorlopig zinsdeel functie
beknopt

10. "Wie niet horen wil, die moet voelen" is een bekend gezegde, evenals "hoge bomen vangen veel wind".
eerste bijzin
eerste woord laatste woord
graad functie
tweede bijzin
eerste woord laatste woord
graad functie
derde bijzin
eerste woord laatste woord
graad functie
voorlopig zinsdeel functie
beknopt

11. Dat wagens die kraken het langst lopen, wordt wel gezegd, maar gaat niet altijd op.
eerste bijzin
eerste woord laatste woord
graad functie
tweede bijzin
eerste woord laatste woord
graad functie
voorlopig zinsdeel functie
beknopt

12. "Als niet komt tot iet, kent iet zichzelve niet," zei Jan.
eerste bijzin
eerste woord laatste woord
graad functie
tweede bijzin
eerste woord laatste woord
graad functie
voorlopig zinsdeel functie
beknopt

13. Wat een ellende is dat, en dat hebben we drie weken lang!
eerste bijzin
eerste woord laatste woord
graad functie
voorlopig zinsdeel functie
beknopt

14. Ik kan het me niet permitteren lang thuis te blijven.
eerste bijzin
eerste woord laatste woord
graad functie
voorlopig zinsdeel functie
beknopt

15. Hij bleef, hoewel het regende, toch buiten wachten en piekerde er niet over binnen te komen.
eerste bijzin
eerste woord laatste woord
graad functie
tweede bijzin
eerste woord laatste woord
graad functie
voorlopig zinsdeel functie
beknopt

16. "Waar de wind waait, daar waait mijn hoedje," zei het opportunistische kamerlid.
eerste bijzin
eerste woord laatste woord
graad functie
tweede bijzin
eerste woord laatste woord
graad functie
voorlopig zinsdeel functie
beknopt

17. Zullen we het nog een keertje overdoen, want het was niet naar mijn zin, dat niemand op de dirigent lette.
eerste bijzin
eerste woord laatste woord
graad functie
voorlopig zinsdeel functie
beknopt

18. Men zegt, dat als je twee voegwoorden naast elkaar gebruikt, dat stijlloos is.
eerste bijzin
eerste woord laatste woord
graad functie
tweede bijzin
eerste woord laatste woord
graad functie
voorlopig zinsdeel functie
beknopt

19. Er is hier toch zeker niemand, die niet weet wat een retorische vraag is?
eerste bijzin
eerste woord laatste woord
graad functie
tweede bijzin
eerste woord laatste woord
graad functie
voorlopig zinsdeel functie
beknopt

20. Wie weet waar Willem Wouters woont, want men zegt altijd: "Willem Wouters woont wijd weg."
eerste bijzin
eerste woord laatste woord
graad functie
tweede bijzin
eerste woord laatste woord
graad functie
voorlopig zinsdeel functie
beknopt

21. "'t Zou toch zeker zonde zijn," zou zijn zuster Sientje zeggen, als ze 's zondags 's avonds zonder centjes zou zitten.
eerste bijzin
eerste woord laatste woord
graad functie
tweede bijzin
eerste woord laatste woord
graad functie
voorlopig zinsdeel functie
beknopt

22. Water naar de zee dragen is een zinloze bezigheid, die echter wel een symbolische betekenis heeft.
eerste bijzin
eerste woord laatste woord
graad functie
tweede bijzin
eerste woord laatste woord
graad functie
voorlopig zinsdeel functie
beknopt

23. En datte me toffe jongens zijn, dat willen we weten, en daarom komen wij overal, want waar de meisjes zijn, daar is het bal.
eerste bijzin
eerste woord laatste woord
graad functie
tweede bijzin
eerste woord laatste woord
graad functie
voorlopig zinsdeel functie
beknopt

24. Als je al drieëntwintig zinnen hebt verzonnen, dan weet je op het laatst van gekkigheid niet meer, wat je nu weer op zult schrijven, en eerlijk gezegd is hulp dan ook wat ik nodig heb.
eerste bijzin
eerste woord laatste woord
graad functie
tweede bijzin
eerste woord laatste woord
graad functie
derde bijzin
eerste woord laatste woord
graad functie
vierde bijzin
eerste woord laatste woord
graad functie
voorlopig zinsdeel functie
beknopt

25. "Enough is enough," zei Shakespeare volgens Toon Hermans, die ook beweerde dat een ei veel harder is dan un oeuf, maar je kunt daarover natuurlijk van mening verschillen.
eerste bijzin
eerste woord laatste woord
graad functie
tweede bijzin
eerste woord laatste woord
graad functie
derde bijzin
eerste woord laatste woord
graad functie
voorlopig zinsdeel functie
beknopt