zinsontleding klas 2

Klik op "Nakijken" om je antwoorden te laten controleren.
Als een antwoord goed is, wordt het vet afgedrukt.
Als een zinsdeel niet voorkomt, vul je XXX in.
Bepalingen moet je in dezelfde volgorde als in de zin invullen.

1. Anton Geesink is een vooraanstaand NOC-lid geweest.
persoonsvorm
onderwerp
werkwoordelijk gezegde
naamwoordelijk gezegde
lijdend voorwerp
meewerkend voorwerp
voorzetselvoorwerp
bijwoordelijke bepaling

2. Na de vergadering snelde de secretaresse naar huis.
persoonsvorm
onderwerp
werkwoordelijk gezegde
naamwoordelijk gezegde
lijdend voorwerp
meewerkend voorwerp
voorzetselvoorwerp
bijwoordelijke bepaling

3. Mijn ouders drinken altijd een wijntje in de avond.
persoonsvorm
onderwerp
werkwoordelijk gezegde
naamwoordelijk gezegde
lijdend voorwerp
meewerkend voorwerp
voorzetselvoorwerp
bijwoordelijke bepaling

4. Volgens Naomi zullen deze wiskundeopdrachten te moeilijk voor mij zijn.
persoonsvorm
onderwerp
werkwoordelijk gezegde
naamwoordelijk gezegde
lijdend voorwerp
meewerkend voorwerp
voorzetselvoorwerp
bijwoordelijke bepaling

5. Na de pauze werden de gruwelijkheden in de griezelfilm ons te erg.
persoonsvorm
onderwerp
werkwoordelijk gezegde
naamwoordelijk gezegde
lijdend voorwerp
meewerkend voorwerp
voorzetselvoorwerp
bijwoordelijke bepaling

6. Later zou ik graag hulpverlener willen worden.
persoonsvorm
onderwerp
werkwoordelijk gezegde
naamwoordelijk gezegde
lijdend voorwerp
meewerkend voorwerp
voorzetselvoorwerp
bijwoordelijke bepaling

7. Mevrouw Jansen is gisteren vredig gestorven.
persoonsvorm
onderwerp
werkwoordelijk gezegde
naamwoordelijk gezegde
lijdend voorwerp
meewerkend voorwerp
voorzetselvoorwerp
bijwoordelijke bepaling

8. Sommige walvissoorten blijken knettergek te worden van windmolenparken op zee.
persoonsvorm
onderwerp
werkwoordelijk gezegde
naamwoordelijk gezegde
lijdend voorwerp
meewerkend voorwerp
voorzetselvoorwerp
bijwoordelijke bepaling

9. Tegen alle verwachtingen in is Duitsland dit jaar het populairste vakantieland gebleven.
persoonsvorm
onderwerp
werkwoordelijk gezegde
naamwoordelijk gezegde
lijdend voorwerp
meewerkend voorwerp
voorzetselvoorwerp
bijwoordelijke bepaling

10. De jongens van G2A haalden een 10 voor hun toets grammatica.
persoonsvorm
onderwerp
werkwoordelijk gezegde
naamwoordelijk gezegde
lijdend voorwerp
meewerkend voorwerp
voorzetselvoorwerp
bijwoordelijke bepaling