meervoud van zelfstandige naamwoorden

We schrijven -en in het meervoud

1. Als een zelfstandig naamwoord op -ie eindigt en de klemtoon op deze laatste lettergreep valt.

    Voorbeelden:   melodie - melodieŽn, knie - knieŽn

            (let erop dat het trema op de laatste e komt)

2. Als een zelfstandig naamwoord eindigt op de onbeklemtoonde lettergreep
-it , -ik , -es ,
-et

        Onthoud de voorbeelden: kieviten, monniken, dreumesen, lemmeten

3. Als een zelfstandig naamwoord eindigt op -ee

            Voorbeelden:  fee - feeŽn, idee - ideeŽn

            (uitzonderingen op deze regel: woorden als dominees)         

 

We schrijven -n in het meervoud:

Als het zelfstandig naamwoord op -ie eindigt en de klemtoon niet op deze laatste lettergreep valt.

            Voorbeelden:  bacterie - bacteriŽn, evangelie - evangeliŽn

            (let erop dat het trema op de laatste e komt)

 

We schrijven -s in het meervoud:

1. Als het zelfstandig naamwoord eindigt op:  -e of een lange klank (, -ee, -eu, -ue, -ui, -eau)

            Voorbeelden:  horloges, cafťs, dictees, milieus, tenues, etuis, bureaus

2. Bij sommige zelfstandige naamwoorden die eindigen op -ie

            Voorbeelden: tralie - tralies, vakantie - vakanties

 

We schrijven 's in het meervoud:

Als het zelfstandig naamwoord eindigt op een lange losse klinker: -a, -i, -o, -u, -y

            Voorbeelden: mama - mama's, ski - ski's, piano - piano's,
                                   paraplu - paraplu's, hobby - hobby's

 

Er zijn ook nog enkele bijzondere meervoudsuitgangen:

1. Oorspronkelijk vreemde woorden op -icus krijgen in het meervoud -ici

    Voorbeelden:  medicus - medici, technicus - technici

2. Oorspronkelijk vreemde woorden op -um krijgen in het meervoud -a of -s

    Voorbeelden:  museum - museums / musea, jubileum - jubileums / jubilea

            Let op sommige Latijnse woorden op -us!
                                    catalogus -
catalogi

            Griekse woorden op -is kennen twee meervoudsvormen:
                                    basis -
bases / basissen
                                    dosis -
doses / dosissen

3. Sommige woorden hebben een afwijkend meervoud

    Voorbeelden:  Engelsman - Engelsen, timmerman - timmerlui / timmerlieden

4. De eindletter in Nederlandse woorden wordt in het meervoud z bij woorden die op een s eindigen

            Voorbeelden:  baas - bazen, hof - hoven

5. De eindletter in Nederlandse woorden wordt in het meervoud v bij woorden die op een f eindigen

    Voorbeelden: boef - boeven, graaf - graven

6. In vreemde woorden blijft de f

    Voorbeelden: fotograaf - fotografen, hiŽroglief -  hiŽrogliefen

We kennen Italiaanse woorden op een -o in onze taal.
Die woorden hebben vooral met banken, post en muziek te maken.
Je mag die woorden op twee manieren schrijven.

porto
saldo
tempo
porti / portoís
saldi / saldoís
tempi / tempoís

Bij afkortingen schrijf je 's
cd  
tv  
wc
-  cdís
-  tvís
wcís

 

Woorden op een stomme e (behalve verkleinwoorden) hebben (vaak) een dubbel meervoud:
Een stomme e of schwa spreek je uit als een u: Jantje

gemeentes
keuzes
tenues

 - gemeenten
 - keuzen
 - tenuen

MAAR:  taal is levend, dus je zult altijd uitzonderingen tegenkomen.
             Ontdek je er nog een? Laat het me weten!

Voorbeeld: dokter - doktoren

blad Ė bladen              blad Ė bladeren           stad Ė steden              pad Ė padden