mix van werkwoordsvormen

Klik op "Nakijken" om je antwoorden te laten controleren.
Als een antwoord goed is, wordt het vet afgedrukt.
Vul het werkwoord in de juiste vorm in en vermeld daarachter de bijbehorende werkwoordvorm:
p = pv, v = volt.dw, i = infinitief, o = onvolt. dw, b = bijvoeglijk gebruikt
Voorbeeld: Ik (hebben) HEB P het net (kopen) GEKOCHTE VB boek al (lezen) GELEZEN V.

De lijkenkelder (deel 2)

Opeens kreeg ze een inval; ze moest de jongen helpen. Ze (opspringen) : “Vieze, vuile kl**tzak! Blijf van hem af! Je hebt al genoeg mensen (vermoorden) !” De man pakte een mes en kwam dreigend op haar af: ”Je hebt te veel gezien, je moet dood. Eigenlijk was je voor morgen (plannen) , maar goed, voor jou maak ik een uitzondering.”
Plotseling sprong Fikkie onder de lijken vandaan en (bespringen) de moordenaar. Hij viel achterover met zijn hoofd onder de guillotine. Caroline greep naar het touw van de guillotine. Het mes viel met een harde klap naar beneden. Caroline deed een paar stappen naar achter. Ze had iemand vermoord… misschien wel haar bloedeigen vader. Ze (durven) niet te kijken, dus sleepte ze hem mee naar boven.
Maar, toen ze het luik net dicht had gedaan, hoorde ze weer gerammel aan het kelderraam. Ze durfde niet weer naar beneden; ze legde haar oor op het luik en hoorde een vrouwenstem gillen: “Bert! Mijn lieve Bert! Hoe kom je zo dood!? En morgen zou de grote dag zijn, Caroline is morgen aan de beurt!” Bert, zo (heten) haar vader en de stem van die vrouw was haar moeders stem. Caroline had het niet meer, haar ouders waren moordenaars! Haar moeder moest ook dood.
Opeens (bedenken) ze dat haar vader een revolver naast zijn bed had liggen. Daarmee (zullen) ze ook haar moeder om zeep helpen. Caroline rende naar boven en pakte de revolver van haar vader. Toen ze die had gepakt, ging ze weer naar beneden. Ze opende het luik en (houden) de revolver (trillen) in haar handen, op haar moeder (richten) . Haar handen konden de trekker niet overhalen: het was immers haar eigen moeder. Maar haar moeder wilde haar ook vermoorden. Bij die gedachte (overhalen) ze de trekker .
Daarna rende ze (snikken) en in paniek naar boven. Daar lag de jongen nog. Ze sleepte hem naar de bank en legde hem daar neer. Caroline hoopte dat hij weer snel (bijkomen) , want alleen was ze zo bang. Ze pakte wat drinken voor zichzelf en ging op een stoel bij zijn hoofd zitten. Ze (strelen) hem zachtjes door zijn haar. Hij was best wel knap. Hij begon met zijn ogen te knipperen. “Hoi,” zei Caroline zacht. “W... waar ben ik?” vroeg de leuke jongen (verwarren) . Caroline vertelde hem het hele verhaal.
De jongen, die inmiddels (vertellen) had dat hij Roy (heten) , was haar heel erg dankbaar: “Wauw, je hebt mijn leven gered. Dat je dat (durven) !” Daarna (volgen) nog een lang gesprek over koetjes en kalfjes. Caroline (vinden) hem echt het einde. En zo te zien vond Roy dat ook van Caroline.
“Kom,” zei Caroline. “Dan laat ik je het huis zien. Je wilt toch wel weten waar je (belanden) bent?” Roy volgde haar de trap op. Ze kwamen echter niet verder dan het net (verschonen) bed van haar ouders. Wat ze daar (doen) was privé.
Na een uurtje kregen ze honger en Caroline stopte een diepvriespizza in de oven, die ze daarna (opeten) (de pizza, niet de oven). Ze begonnen te praten over wat ze nu moesten doen. Ze konden maar één ding doen: (vluchten) naar hun buurland, de V.S. Caroline pakte haar paspoort, maar zag tot haar grote schrik dat het (verlopen) was. En er was geen tijd meer om naar Roys huis te gaan. Dat lag aan de andere kant van Mexico en het enige vervoermiddel dat ze hadden was Carolines scooter.
Ze (besluiten) nog één nacht in het verschrikkelijke huis te blijven. “Roy,” zei Caroline, “ik durf eigenlijk niet alleen te slapen. Zullen we samen slapen in het bed van mijn ouders?” “Is goed, heb je een pyjama voor me?” “Ja, natuurlijk.” Zo (gaan) ze naar bed. Eigenlijk was de kamer van twee moordenaars ook heel eng. “Roy, ik ben zo bang.”

(worden) (vervolgen)